« Terug

Vergeving

08 nov

Ongeveer een jaar geleden begonnen de gedachten: hoe het zou zijn om de kinderarts die mijn dochter Annabel een kleine tien jaar geleden toen ze voor de derde keer zo ziek was naar huis stuurde met ‘het zal wel een oorontsteking zijn, geef haar maar paracetamol’ weer tegen te komen. Ik haar tegen het lijf zou lopen als een van mijn jongens iets zou overkomen en in het ziekenhuis zou belanden. Hoe ik zou reageren als dat moment daar zou zijn? Die gedachten lieten mij een jaar lang niet los.

Uiteindelijk is Annabel na ruim een week na de ‘oorontsteking-paracetamol-diagnose’ van het lokale ziekenhuis naar het Sophia Kinderziekenhuis gebracht en na een ontzettend heftig ziekte bed op de IC overleden. Die kinderarts heb ik later mijn verdriet en immense boosheid laten zien tijdens een gesprek na de crematie. Haar gezegd, misschien wel geschreeuwd dat ik die constatering nalatig vond. Dat zij wel verder had mogen kijken met het track record wat Annabel al in dat ziekenhuis had. Het moet voor haar verschrikkelijk zijn geweest, wat ik haar toen, uit het diepst van mijn hart, verweet.

Afgelopen 6 augustus kwamen de jongens en ik terug van twee weken vakantie in Spanje. Ik uitgerust en zij klaar om naar hun vader te gaan voor de resterende zomervakantieweken. Zondagochtend kwam middelste naar mij toe, hij klaagde over hoofdpijn, pijn in zijn schouder en had koorts. Kort daarna begon hij met overgeven. Huisarts dacht aan een buikgriepje. Dus: paracetamol. Later een antimisselijkheidsmiddel wat even werkte. Hij bleef maar koorts houden en overgeven.

Na 9 dagen was hij zo dun als een rietje. Van hem en zijn voetbal-tennisbenen was niets meer over dan biafra beentjes en een ingevallen buik. Ik heb het bezoek aan de huisarts nog over het weekend heen getild, maar die maandag was er geen houden meer aan. Hij was doodziek. Toen hij mee moest naar de huisarts, na die negen dagen, liep hij naar de auto als een zombie die leek alsof hij starnakel dronken was. Bij de huisarts ging het snel: zij constateerde dat dit niet normaal was, zo lang duurde met ook nekstijfheid erbij. Tijdens haar onderzoek vroeg ze of ik zelf naar het ziekenhuis kon rijden of dat zij een ambulance moest bellen. Met die woorden ben ik weer in de overlevingsstand geschoten.

Mijn doodzieke jongen heb ik in de auto gehesen en naar het ziekenhuis gereden waar er al op hem werd gewacht bij de eerste hulp. Ook daar ging het snel met infuus -hij bleek uitgedroogd- en een zak paracetamol ging hij de onderzoeken in. Getest op COVID-19 natuurlijk, long foto, hersenscan, ruggenprikken, bloed afname et cetera. Ik zat naast zijn bed met zijn hand in de mijne toen de deur van de eerste hulp kamer open ging en er twee kinderartsen binnenkwamen. Even stond mijn hart stil waarna het begon te kloppen als een bezetene en mijn keel leek te worden dichtgeknepen. Die kinderarts van toen, die ik heb beschuldigd en wellicht zachtzinnig heb uitgescholden, stond in die kamer. De ene arts stelde zich voor en zij zei met haar blik op mij gericht ‘wij kennen elkaar’.. Ik werd overspoeld door een golf van emotie.

Van oud verdriet, van nieuw verdriet, enorme zorg om mijn doodzieke kind en voor wat er zou gaan komen. Die golf maakte dat ik opstond en niets anders kon doen -het voelde alsof ik zachtjes werd geduwd- dan haar de hand te reiken en haar te omhelzen met de woorden ‘het is goed, het is oké zo’ met een tranenstroom over mijn wangen. In mijn hele zijn -als een soort flits- voelde ik dat dit een ultiem moment van vergeving was. Vergeving naar haar en voor mijzelf van hetgeen ik haar tien jaar geleden had verweten. Het voelde alsof ik ‘toestemming’ gaf om mijn kind te gaan behandelen. Haar niets meer verweet. Alsof het weer ‘zuiver’ was.

Enkele dagen later in het ziekenhuis bij mijn kind logerend op de kamer werden mijn gedachten meer helder. De uitslag: hij had meningitis, hersenvliesontsteking door de meningokokken B bacterie en zonder hulp en behandeling van het ziekenhuis was hij er nóóit bovenop gekomen. De gedachten van ‘hoe zou het zijn om..’ die een jaar lang door mijn hoofd spookten lijken een voorbereiding te zijn geweest op de ontmoeting met díe kinderarts. Deze voorbereidende gedachten en de ontmoeting die volgde met omhelzing was er wel een van het zeer bijzondere soort: ik weet nu hoe vergeven voelt. Alsof er een verlichting plaatsvindt voor iedereen en een gevoel van bevrijding voor mijzelf. En groei.

Inmiddels gaat het goed met middelste. Hij komt er bovenop en ook hij is gegroeid als veertien jarige door hetgeen hem is overkomen. Dat merk ik aan hem, aan hetgeen hij soms met wijsheid zegt. De ellende heeft ons ook weer veel gebracht: je moet eerst door de ergste pijn, dan pas kan je vergeven en groeien.

« Terug

Scroll naar boven