« Terug

De Pendeldienst

14 dec

Niets vermoedend, het zou een ‘standaard’ kennismaking worden op een prachtige vrijdagochtend in maart, parkeerde ik mijn auto. De woonkamer binnenlopend voelde ik de spanning als mist om mij heen trekkend en mij als een deken omsloot. Hij zag er slecht uit, mager met enorme donkere kringen rond zijn ogen. Zij zag er goed uit ondanks de omstandigheden waar deze twee echtelieden zich in bevonden. Of ik koffie wilde...

Zij stak van wal. Dat het niet meer ging, dat het op was, wat haar betreft. Al langer ging het niet meer ‘zoals het hoorde te gaan’. Voor hem niet, voor hem hoefde het niet. Scheiden. Je geeft niet zomaar op, met een hand vol kinderen zeker niet. Ik bleek in zijn woning te zijn ontvangen. De echtelijke woning was een paar straten verder waar zij met een paar, van de hand vol kinderen, nog woonde. Of ik hen wilde helpen met hun scheiding. Maar alleen als hij niet bij de gesprekken aanwezig hoefde te zijn. Dit zou het eerste en enige gesprek zijn waar beiden aanwezig zouden zijn. Ik voelde mijn systeem schakelen: dat dit verre van gebruikelijk is, dat dit eigenlijk ‘niet kan’ -partijen die elkaar niet willen zien en spreken aan tafel, dat dit pendelen wordt, dat dit niet gebruikelijk is, dat dit...

Mijn mediationbrein schakelde rap en accelereerde van 0 naar 100. Met als gevolgd dat ik ‘ja, dat doe ik voor jullie’ uit mijn mond kwam en mijn hart mij vertelde ‘dat ook dit moet kunnen’ als de situatie zo blijkt te zijn, dat mensen niet meer met elkaar aan tafel kunnen zitten. Dat de pijn en het verdriet zo groot moet zijn, groter dan het menszijn, om dit van een mediator te vragen. Zo stelde ik mij dat voor. Drie weken later zijn we, zij en ik, van start gegaan. Niet bevroedend hoe dit zou gaan aflopen.

Een ouderschapsplan hebben we in de steigers gezet. Met een paar van de oudere kinderen gesproken. Dat plan kwam hiermee tot wasdom. Dit maatwerkplan ging via mijn email naar hem met de vraag of hij zijn vaderlijke licht hierover zou willen laten schijnen. Met zorgvuldige en doordachte feedback kreeg ik dit stuk van hem terug. Ondertussen bekroop mij het gevoel van ongelijkwaardigheid naar hem omdat ik, met meer dan groen licht van zijn kant, gesprekken met haar, zijn echtgenote, voerde om de scheiding vorm te geven. Dat gevoel heb ik omgezet in een afspraak met hem. Het was een ontzettend open, met rauwe randjes gelardeerd gesprek. Die openheid is zo bijzonder, zo voelbaar. Mijn hart brak voor allen op sommige momenten. Kinderen die klem zitten als een tosti tussen hun ouders. En man en vrouw die klem zitten als een tosti in hun eigen systeem. Begrip en compassie is het enige wat een mediator dan moet kunnen opbrengen in dit soort ingewikkelde situaties. Vind deze mediator.

De zakelijke kant van het huwelijk moest ook papier komen. Met haar en de accountant zijn we om de tafel gegaan. Ook de accountant had de functie van pendelaar toebedeeld gekregen, zo bleek uit de woorden ‘dit moet ik overleggen met mijnheer en zijn compagnon’. Het zakelijk voorstel was overigens meer dan redelijk, cijfers liegen niet. Ook dit gefinetuned te hebben, wat ook de nodige gesprekken met koffie heeft gekost, is ook dit op het scheidingspapier terecht gekomen. Alles leek beklonken. En toen werd het stil. Heel stil. Van beide kanten. En probeer er dan maar weer eens grip op te krijgen als pendelend mediator.

Na weken, bijna maanden kwam er een compromis -uit het niets- over de kinderalimentatie. Partijen zijn dus toch ergens ‘samen’ uitgekomen, juichte mijn mediatonhart. Concept stukken opgemaakt, verstuurd voor akkoord in de hoop het te kunnen afronden. En toen werd het weer stil. Na weken kwam er van haar kant ‘akkoord!’ via de mail. Een zucht van enige verlichting slakend en hopend, dat van zijn kant hetzelfde verlossende woord zou komen, ging ik in de wachtstand. En er kwam niks. Weken later, máánden voor mijn gevoel, mailde de fiscalist over een zin het convenant. Of ik een simpele doch logische wijziging aan kon brengen. Toen ging het snel. Heel snel. Dagelijks, soms meerder keren, contact met de fiscalist. Zijn nummer herkende ik inmiddels wanneer hij belde. Het convenant moest erdoorheen, getekend zijn door beide partijen voor de aankoop van een woning voor hem. Zo bleek, op het laatste moment, dertien uur voordat de volgende werkdag weer zou beginnen. Na 17.30 uur kwam er een energie vrij die het bijna onmogelijke mogelijk heeft gemaakt: een advocaat gevonden, buiten de standaard procedure in overleg met onze huisadvocaat, die met spoed het verzoekschrift wilde maken met bijbehorende stukken. Dit bij een rechtbank die meer ‘om de hoek’ lag, dan waar het normaal wordt afgehandeld, in te dienen. De klok tikte door. Het hart van de fiscalist, van de in allerijl ingevlogen advocaat en het mijne sloegen wat over. Met een slechte nacht als gevolg. Om 03.03 uur werd ik wakker met het dossier in mijn pre frontale cortex die er met geen mogelijkheid was uit te slaan.

7.45h. In het donker de auto in met in het vooruitzicht koffie te krijgen bij het accountantskantoor - belofte van de fiscalist, reed ik weg met Het Dossier naast mij op de passagiersstoel. 8.30h. Zij was er al. Monter als altijd. De fiscalist leek ook niet zijn beste nacht te hebben gehad. De stukken lagen klaar, eerder door hem getekend. Zij zette haar handtekeningen, juridische formaliteiten werden afgehandeld, vooralsnog dossier compleet. Op naar de advocaat. Verzoekschrift opgesteld en was gereed om 11.30h. Vóór 12.30h - het tijdstip van tekenen voor de woning - moest, volgens de notaris, het verzoekschrift bij de rechtbank liggen. Ik had nog minder dan een uur. Om 12.15h gleed de dikke envelop uit mijn handen met het verzoekschrift bovenop in de lade bij portier, met als bevestiging de stempel voor ontvangst en het tijdstip. Híj was gered. Zijn woning ook. Evenals het hart van de advocaat, de fiscalist en het mijne.

« Terug

Scroll naar boven